Kunstlijn op bezoek bij Elisa Pesapane, Margreet Bouman en Patrick Deen

Kunstlijn op bezoek bij Elisa Pesapane, Margreet Bouman en Patrick Deen

De eerste twee weekenden van november staat Haarlem weer volop in het teken van beeldende kunst. Kunstlijn Haarlem biedt liefhebbers vier dagen de gelegenheid een kijkje te nemen in ateliers, galeries, musea en meer. We besteden aandacht aan drie deelnemende tekenaars.

 

Elisa Pesapane


ELISA PESAPANE studeerde aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag en Italiaanse letterkunde aan de Universiteit Leiden. Tijdens Kunstlijn Haarlem is haar werk te zien in Verwey Museum Haarlem, Groot Heiligland 47.

'IK VERBEELD HET THEATER VAN HET MENSELIJK LEVEN'

“Mijn werk bestaat voornamelijk uit monumentaal tekenwerk en schilderijen op paneel die regelmatig onderdeel van installaties zijn. De menselijke figuur staat altijd centraal. Ik zoek steeds naar een kern die mensen door tijd en plaats verbindt. Die essentie vind ik in de menselijke expressie in het gezicht en het lichaam. Daarom hebben portretten ook een belangrijke rol in mijn werk. De omgeving is vaak ondergeschikt. Mijn tekenwerk is bijna altijd monochroom, het gaat vooral om de blik of de beweging van iemand. Daar kan ik zoveel mee vertellen. De manier bijvoorbeeld waarop iemand zijn handen gebruikt kan ontroerend zijn, angst inboezemen of je aan het lachen maken. Ik portretteer ook in opdracht. Een goed portret is moeilijk en tegelijk fascinerend om te maken. Je moet in één oogopslag een geschiedenis laten zien. Dat is ongelooflijk uitdagend. Als je iemand portretteert die je nooit eerder hebt gezien, moet je diegene goed observeren en aanvoelen. Met een kort gesprek probeer ik tot de kern te komen en verbeeld die essentie in mijn handschrift. Ik hou van de mens met al zijn eigenaardigheden. Niemand is perfect en we zijn allemaal verschillend, dat maakt onze soort juist leuk. Bij iedere persoon die voor mij poseert ontdek ik andere elementen waarmee ik iets persoonlijks kan vertellen.”

KLASSIEKE OUDHEID ALS INSPIRATIEBRON

“Mijn tekeningen worden vaak getypeerd als tragikomedies, maar dan geschreven met beelden in plaats van woorden. Mijn werk is verhalend en literair, en verbeeldt het theater van het menselijk leven. Het gaat over geboorte, dood, vreugde, schaamte, mislukking, hoop, wanhoop, geluk en ongeluk. Die tegenstellingen vind ik interessant. Ik hou van kunstwerken die tijd en plaats overstijgen en de tand des tijds hebben doorstaan. Sommigen dienen als voorbeeld, ze inspireren me. Ik kijk niet alleen naar tekeningen, maar ook naar beeldhouwwerken, prenten en schilderijen. De klassieke oudheid, de renaissance, de middeleeuwen en kunst uit de jaren dertig boeien mij. Mythologie is ook een inspiratiebron. In mijn huidige tentoonstelling ODYSSEUS en de verdronkenen en de geredden in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden staat de figuur Odysseus centraal. Ik heb er een boek bij geschreven, een mythologisch sprookje. Odysseus onderneemt samen met zijn broertje een gevaarlijke tocht op zoek naar de verloren mensheid. De expositie bestaat uit tekenwerk, literatuur en Etruskisch erfgoed. Ik ben half-Italiaans en deels in Italië opgegroeid. De klassieke oudheid zit in mijn DNA. Het maakt in Italië niet uit of je hoog of laag opgeleid bent, iedereen verwijst naar de klassieke wereld.”

HAARLEMMERS STAAN MODEL

"Tijdens de Kunstlijn hangt mijn werk in Verwey Museum Haarlem. De tentoonstelling heeft als titel Haarlemsche salon, Haarlemmers in het werk van Elisa Pesapane. Een kunstenaar gebruikt vaak personen uit zijn of haar omgeving als model. Ook ik cast mensen voor mijn werk. Zowel in opdracht als in vrij werk zijn er allerlei Haarlemmers mijn werk binnengewandeld. In het Verwey Museum breng ik verschillende portretten uit mijn oeuvre bij elkaar waarin Haarlemmers figureren. Ik denk dat er voor de lokale toeschouwers veel bekende gezichten tussen zitten. Ik maak een paar nieuwe portretten, waaronder een Haarlemmer uit het verleden, een persoon uit het heden en eentje van Kees Verwey als collega portrettist. Het wordt een hedendaagse variant op de vaste expositie Allemaal Haarlemmers in het museum."

 

Patrick Deen

PATRICK DEEN studeerde aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Tijdens Kunstlijn Haarlem is zijn werk te  zien in Atelier Stichting Muijs Boedijn, Frankestraat 47.

'In essentie ben ik een tekenaar’

“Na wat omzwervingen in fotografie, schilderkunst en ruimtelijk werk spits ik me nu volledig toe op tekenen. Ik maak grote en kleine houtskooltekeningen. Mijn werk is figuratief, in veel gevallen realistisch en neigt naar abstract realisme. Mijn handschrift en materiaaluitdrukking zijn een belangrijk onderdeel van het tekenwerk. De sfeer is veelal nostalgisch. Ik vind het interessant om  ua onderwerp niet te direct te zijn en werk graag metaforisch. De objecten die ik neerzet kunnen een bepaalde sfeer oproepen die voor mij een metafoor is voor iets anders. Het is niet echt van belang dat de toeschouwer dit oppikt. Al geef ik vaak wel een hint in de titel van het werk. Mijn tekenwerk oogt voor veel mensen erg precies. Ik heb een keer een serie gemaakt waarvan toeschouwers in eerste instantie dachten dat het foto’s waren. Voor mij was dat een signaal dat ik te dicht op de realiteit zat. Ik ben nog steeds op zoek naar de juiste balans tussen hetgeen wat meer naar de achtergrond mag en de details waar ik de aandacht van de kijker op wil vestigen. Houtskool is een heerlijk materiaal. Ik kan er schilderachtig mee werken, maar er ook strakke lijnen en textuur mee aanbrengen. Het heeft zoveel uitdrukkingskracht. Op het moment richt ik me met name op licht en tonaliteit.”  

FOTOBOEKEN VAN OVERLEDEN GROOTOUDERS

Qua inspiratie zoek ik het dicht bij huis. Ik werk graag op basis van objecten uit mijn directe omgeving of ‘found footage’, maar dan wel uit mijn eigen leven. Soms start een tekening bijvoorbeeld met een intrigerend beeld, gevonden in een fotoalbum van mijn overleden grootouders. Wie zijn al deze mensen? Ze zijn even vreemd voor mij als mensen op het internet, maar interessanter om wat mee te doen. Daarnaast is mijn eigen leven net zo saai of interessant als dat van ieder ander en ook geschikt als referentiemateriaal. Ik haal inspiratie letterlijk uit mijn eigen archief. Als ik enthousiast raak van andermans werk, probeer ik daar een eigen versie van te maken. Niet lang geleden was ik op een kunstbeurs. Bij verschillende kunstenaars herkende ik hun referentiemateriaal, zoals het werk van Ed van der Elske. Ondanks dat ze een extra laag hebben toegevoegd is het nog steeds herkenbaar. Het was hetzelfde materiaal wat ik ook tegenkwam op het web en als inspirerend bewaarde. Ik besloot voortaan weg te blijven van het internet. Eerlijk gezegd ben ik het hele digitale gebeuren een beetje zat.”

FILMISCHE BEELDEN

De menselijke figuur is een mooi onderwerp om te gebruiken. De realiteit is voor mij genoeg als inspiratiebron. In mijn tekenwerk heb ik de neiging om filmische beelden neer te zetten. Als ik een object teken, vragen toeschouwers zich eerder af wat mij heeft bewogen om dat te verbeelden. Bij het zien van menselijke figuren fantaseren kijkers er al snel een heel verhaal bij. Als ik mensfiguren gebruik of elementen van mensen, dan worden het bijna filmstills van een film die niet bestaat. De beelden roepen bij iedereen allerlei associaties op.

 

Margreet Bouman

MARGREET BOUMAN volgde de Academie voor Beeldende Vorming (voorheen MO-B tekenen) in Amsterdam. Tijdens de Kunstlijn is haar werk te zien in haar atelier, Gedempte Voldersgracht 22.

'Een portret van mij is een portret van iedereen’

“Ik gebruik altijd mezelf in mijn werk, maar niet als zelfportret. Ik benut mijn kop om de aanwezigheid van de mens in de wereld aan te geven. Die kop is een soort kantelpunt, een ijkpunt. Mijn werk gaat in essentie over een aantal filosofische en psychologische thema’s. Het gaat over de spanning tussen het allergrootste wat er is, het heelal, en het allerkleinste, de delen waaruit alles is opgebouwd. De kop en vaak de ogen zijn de verbinding tussen de binnen- en buitenwereld. Eerst tekende ik nog het hele lichaam, maar ik ben uiteindelijk ingezoomd op de kop. Dat is voor mij de plek waar alles zich afspeelt en waar het denken plaatsvindt.” “Mijn gezicht is een terugkerend sjabloon. Ik had bij wijze van spreken ook de buurman kunnen nemen, maar ik ben het zelf geworden. Al die koppen lijken op mij, maar gelijkenis is niet belangrijk. Het gaat er mij om dat de uitdrukking van het werk goed is. Als ik een werk afkeur komt dat vaak doordat de samenhang tussen voor- en achtergrond niet voldoende tot expressie komt. Soms zeggen mensen: laat die Bouman eens ophouden met die kop, maar het gaat niet over mij persoonlijk. Ik gebruik mezelf terwijl het over ons allemaal gaat. Een portret van mij is een portret van iedereen.”  

AFGEDEKTE SPIEGELS

“Eén periode na mijn fietsongeluk ging mijn werk wel over mijzelf. Op weg naar huis na een avond lesgeven aan de Rietveld Acdemie kwam ik met mijn fietswiel in de tramrails terecht. Ik ging onderuit en viel op mijn gezicht. Mijn vriend heeft thuis alle spiegels afgedekt, ik kon het niet aan om naar mijn beschadigde gezicht te kijken. Er zijn wel foto’s gemaakt en die heb ik later gebruikt voor de serie Hurt Heads. De werken gingen over mijn gevoelens van onmacht, eenzaamheid en pijn.” “Sinds mijn twintigste ben ik erg geïnteresseerd in het werk van Sigmund Freud. Hij heeft het in zijn boeken over het collectieve onderbewustzijn. Hij beweert dat er iets groters is dan alleen je eigen denken en dat er een verbinding is tussen alles en iedereen. Zijn ideeën spelen tijdens het creëren altijd ergens op de achtergrond bij mij. In een werk maak je een besluit op basis van wat je denkt, voelt of vermoedt en dat wordt gestuurd door een idee. Het onderbewuste is mijn interessegebied. Veel van wat ik maak heeft daarmee te maken. Dat gebeurt weliswaar intuïtief en niet beredeneerd.”

OVERGESTAPT OP COLLAGES

In de loop der jaren ben ik steeds meer gaan tekenen en minder gaan schilderen. Op een gegeven moment kreeg ik het gevoel dat wat ik wilde verbeelden meer een afbeelding werd van mijn gedachten dan een verbeelding van mijn gedachten. Ik ben gestopt met het maken van grote schilderijen en overgestapt op collages met meerdere lagen. Dat doe ik nog steeds. Ik plak drie tot vijf lagen over elkaar heen, waarbij de onderste laag het verste weg is. Dat kan een element uit een andere cultuur, een labyrint of structuur zijn. Dan komt er een middenlaag en uiteindelijk de kop erbovenop. Die maakt de verbinding tussen alle lagen naar de buitenwereld toe, naar degene die ernaar kijkt.”

Tekst: Meta van der Meijden Fotografie: Christhilde Klein

Dit artikel is ook gepubliceerd in HRLM Stadsglossy nummer 105

Atelierbezoek bij…  Imara Reuling 

Atelierbezoek bij…  Imara Reuling 

‘Ik hou ervan als vormen in elkaar overvloeien’

De gecreëerde werelden van Imara Reuling doen denken aan sciencefiction. Aan de ene kant ogen ze als herkenbare landschappen, aan de andere kant lijken ze buitenaards. In haar beelden, tekeningen en wandobjecten spelen thema’s als verbinding, groei en transformatie een grote rol. “Alles is met elkaar verweven in het leven, dat wil ik laten zien.”

Haar atelier bevindt zich in Het Hoofdkantoor in de Waarderpolder. Bij binnenkomst is het alsof je een andere wereld betreedt. Grote boomachtige sculpturen reiken tot aan het plafond, de wandvullende zwart-wit foto’s en tekening lijken in elkaar over te gaan, met elkaar vormen ze één geheel. De werken roepen associaties op met lichamen, wortelstructuren, landschappen, micro-organismen of onbekende ecosystemen.

‘Mijn werk is grenzeloos, er is geen begin of einde’

Imara studeerde in 2004 af aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Haar werk is een samenvoeging van verschillende kunstdisciplines. Ze combineert sculpturen, foto’s en tekeningen. De kunstenaar creëert organische werelden waarin ruimtelijke vormen, lijnen en geconstrueerde elementen met elkaar versmelten. “Hoewel mijn werken abstract zijn, zie ik ze als tijdelijke werelden waarin het natuurlijke, het kunstmatige, het fysieke en het imaginaire in elkaar overlopen. Binnen die werelden onderzoek ik hoe beelden kunnen groeien, zich door de ruimte verspreiden en tot leven lijken te komen.”

De kunstenaar werkt naar aanleiding van een idee en maakt daar een schets van. Tijdens het schetsen laat ze het concept intuïtief verder ontstaan alsof het beeld zichzelf ontwikkelt. “Ik grijp natuurlijk wel in als het werk niet verbeeldt wat ik in gedachten heb of esthetisch niet klopt.” Als houvast maakt ze eerst het werk in het klein. Imara pakt ter demonstratie een mini-beeldje uit een vitrinekast vol met dit soort werkjes. “Daarna begint het bouwen op ware grootte.” Op haar werktafel staat een beeld in ontwikkeling van gaas met daaroverheen papiermarche met polyester en glasvezel.

Natuur als inspiratie

Ze bouwt driedimensionale werelden die ze vervolgens fotografeert en verwerkt in een ruimtelijk object. De grens tussen twee- en driedimensionaal vervaagt. “Ik vind het spannend hoe deze vormen in elkaar overvloeien en één geheel worden. Een afbeelding lijkt een sculptuur te vormen, terwijl een sculptuur tegelijkertijd als een tekening of landschap kan aanvoelen. Ik creëer nieuwe werelden die levend ogen. Wat je ziet is gelijk aan de natuur: het stroomt, beweegt en verandert continu. Alles is met elkaar verweven en beïnvloedt elkaar. Mijn vormen zijn ook organisch. Ze vertakken zich, groeien en vervloeien, niets staat op zichzelf in mijn werk. De natuur is een grote inspiratiebron voor mij, evenals systemen die doen denken aan architectuur of andere geconstrueerde werelden.”

Imara wijst op een object aan de muur. De driedimensionaal organisch gevormde lijst omvat een tweedimensionale foto van een driedimensionale scene die ze zelf heeft gebouwd. “In die wandobjecten kun je goed zien hoe al die verschillende kunstdisciplines samenkomen. Ik zet ontzettend veel stappen in mijn werk. Het is behoorlijk tijdrovend om te maken.”

‘Ik creëer nieuwe werelden die levend ogen’

De gecreëerde werelden van de kunstenaar lijken buitenaards. Aan de ene kant ogen ze als herkenbare landschappen, aan de andere kant is het net sciencefiction. In veel van haar werken zit diepte. “Je kunt erin verdwijnen. Voor sommige toeschouwers voelt mijn werk dan ook unheimisch. Iedereen mag zelf invullen wat diegene erbij ervaart. Voor mij is het de natuur, het zijn microkosmossen. Mijn werk gaat over energie. Dat klinkt misschien wat spiritueel, maar alles is in energie met elkaar verbonden en beïnvloedt elkaar. Ik vind dat een interessant gegeven en probeer het te laten zien in mijn werk.”

Fysieke ervaring

Imara exposeert ook met installaties waarin ze grote beelden, tekeningen en foto’s combineert. “Tijdens een tentoonstelling had ik op de achterwand een zwart-wit print van drie meter breed opgehangen. Onderdelen van de enorme sculpturen en deze print had ik door geschilderd op de vloer en de muren. Alles liep in elkaar over. In sommige beelden had ik een foto van een van mijn werelden geplaatst alsof daar ook weer een microkosmos actief was.

Tijdens het maken was ik gefascineerd door het idee dat lijnen zich niet hoeven te beperken tot papier of een oppervlak, maar een complete ruimte kunnen vormgeven. Het voelde als één groeiend organisme. Ik wilde de kijker de fysieke ervaring geven om letterlijk in mijn wereld te stappen. Ik vind het spannend als je bijna niet meer ziet waar het werk stopt. De buitenrand gaat over in de binnenkant en andersom, je wordt er helemaal in meegenomen. Mijn werk is grenzeloos, er is geen begin en geen einde.”

De kunstenaar loopt naar een werk aan de muur. Het is een van haar nieuwste objecten. Ze is aan het experimenteren met bol glas voor haar wandobjecten. “Ik onderzoek in dit werk opnieuw de overgang tussen sculptuur en fotografie. Dat boeit me. Het lijkt alsof delen van de foto overgaan in de organische structuur. De vormen willen uitbreken en verder de ruimte in bewegen, maar het glas zit er voor. Door de glazen bol ontstaat een bijzondere spanning, het werk lijkt beschermd en tegelijk opgesloten.”

Inzoomen

In haar recentere werk laat Imara eventuele herkenbare elementen als lucht, bodem, voorgrond en achtergrond los. Het lijkt alsof ze inzoomt. “Ik vind het spannend om details uit de werelden die ik creëer uit te vergroten. Het voelt voor mij als een volgende stap in mijn kunstenaarschap. Deze werken gaan nog meer over de energie die alles en iedereen verbindt. Het zou mooi zijn als ik toeschouwers daar via mijn werk iets van kan meegeven. Ik werk vanuit mijn gedachtes, inspiratie en gevoel, en zoek steeds naar een balans tussen controle en intuïtie. Enerzijds bouw ik mijn werken zorgvuldig op, anderzijds laat ik vormen ook organisch en intuïtief ontstaan tijdens het maken. Daardoor blijven de werken voortdurend in beweging en ontwikkeling.”

De kunstenaar maakt momenteel minder gebruik van kleur. Ze werkt veel met zwart-wit en grijstinten. “Bij een grote installatie of tekening lopen de verschillende elementen dan nog vloeiender in elkaar over. Het lijnenspel krijgt meer nadruk. Dat lukt minder goed met kleur. In zwart-wit kan ik ook vaak directer verbeelden wat ik voel. Door maar enkele kleuren te gebruiken ligt de aandacht volledig op contour, ritme en ruimtelijkheid. Licht en schaduw zijn onderdeel van het werk, waardoor de vorm voortdurend verandert afhankelijk van waar je staat.”

Transformatie en kwetsbaarheid

Aan de wand hangt ook een spierwit sculpturaal object met de titel ‘Een ontluikend zaadje’. Het is een totaal ander werk dan de meeste beelden in haar atelier. Uit de onderkant steken wortelachtige takken, aan de bovenkant komen bloemen tevoorschijn. Imara noemt het een verstild wandobject. “Voor mij gaat dit werk over groei, transformatie en kwetsbaarheid. Zonder toevoegingen is het vooral een abstracte vorm, maar door de bloemen en de wortelachtige structuren ontstaat er iets levends. Ik vind de spanning interessant tussen het strakke, witte object en de natuurlijke elementen, alsof het werk zich vanuit een innerlijke energie langzaam ontwikkelt.”

‘Ik combineer graag twee- en driedimensionale werken’

In diezelfde stijl hangt nog een werk aan de muur. Van abstract gaat het object over in een kelkachtige vorm. “In mijn eerdere werk verbeeldde ik meer de drukke wereld. In deze verstilde werken valt veel weg, ze voelen compacter. Ik heb alle overvloed teruggebracht naar één enkele beweging of kernvorm. Er zit meer rust in. Door het gebrek aan een lijnenspel gaat alle aandacht naar de witte vorm en de schaduwwerking. Waar mijn andere objecten vaak organisch groeien en zich uitbreiden, lijkt deze vorm zich juist los te maken van iets vasts. Het bevindt zich in een overgangstoestand tussen verstarring en beweging, alsof een vaste constructie langzaam vloeibaar wordt. Heel intrigerend. Het object oogt architectonisch, muzikaal en lichamelijk tegelijk.”

“Ik wil niet zeggen dat mijn eerdere werken te druk zijn en vol met ruis. Ik maak dat soort objecten nog steeds. De werken bestaan naast elkaar. Het is een spannend proces om nu eens veel weg te laten. Het geeft de toeschouwer een nieuwe ervaring. Voor mij is het een andere manier om te verbeelden wat ik voel. Ik ben er blij mee.“

 

Tekst: Meta van der Meijden
Fotografie: Christhilde Klein

 

Dit interview is ook gepubliceerd in HRLM nummer 104

Atelierbezoek bij… Liat Azulay 

Atelierbezoek bij… Liat Azulay 

'Ik hou van een speelse wereld’

Een sjaal als totempaal, een reusachtig hart vol messen, een zwarte wolk beplakt met pompons. De werken van Liat Azulay zijn opvallende, kleurrijke objecten al dan niet met oogjes. Ze verbeelden mentale gezondheid met onderwerpen als depressie, liefdesverdriet en ADHD. De rode draad in haar werk is emotie en liefde. Liat is een character designer. “Ik ontwerp graag poppetjes.” 

Liat (43) heeft haar atelier op Spoor 8 van station Haarlem. Een grote, lichte werkplek met daarnaast een ruimte om te exposeren. Aan het plafond hangt aan kettingen een groot rondvormig object van haarkrullers. De rode, oranje, roze en blauwe schuimstaafjes steken rommelig in elkaar. “Dit verbeeldt de chaos in mijn brein.” Langs de wanden staan open kasten met boeken, knuffels en opbergbakken vol pluche stof, gekleurde pompons en elektronische onderdelen. Op de grond staat een grote doos met plastic speelgoed. Haar atelier oogt vol en opgeruimd tegelijk. 

 

De kunstenaar maakt conceptuele kunst, haar werk komt altijd voort uit een idee. “Dat heeft te maken met mijn achtergrond in design en reclame. Ik vind titels ook erg belangrijk, in één zin het concept vertellen.” Pas in tweede instantie gaat ze op zoek naar een techniek en materiaal, zoals hout, epoxy of klei, waarmee ze het idee tot leven brengt. “Ik hou ook van digitale technieken zoals laseren en 3D printen.” Ze maakt het prototype van een werk altijd zelf, het liefst met hergebruikte materialen. “Tijdens het designproces ontdek ik soms dat wat ik bedacht heb niet kan. Ik vind het spannend om meer over een materiaal te leren en dan een andere route te nemen. Het concept verandert nooit, het eindproduct wel.” 

De artiestennaam van Liat is Nudnik, Jiddisch voor deugniet. “Mijn vader noemde me zo. Eigenlijk is het een lief scheldwoord voor lastpak. Ik ben ontzettend eigenwijs en ging regelmatig met hem in discussie. Al jong had ik originele plannen en wilde het altijd net even anders doen. Nudnik staat zelfs voor altijd op mijn arm. Het hoort bij mij.”  

 

Speelgoed

De kunstenaar houdt van een speelse wereld. Ze vindt volwassenen vaak saai en begrijpt niet waarom de meeste mensen zo serieus zijn. Liat haalt veel inspiratie uit de moderne Japanse popcultuur. Een levensstijl gericht op alles wat charmant, klein en onschuldig is. “Het Japanse woord kawaii betekent schattig. Ik zie dat in speelgoed, het roept emoties bij me op. Ik ben een character designer, ontwerper van poppetjes. In mijn begintijd als kunstenaar kon ik me storen aan mensen die zeiden dat mijn werk leuk is voor op de kinderkamer. Dat zegt natuurlijk meer over hen dan over mijn werk. Zodra een object oogjes heeft is het voor velen per definitie speelgoed. Gelukkig heeft de tijd die beeldvorming ingehaald. De grootste kunstenaars werken tegenwoordig met characters. Denk ook aan designer toys, verzamelobjecten die kunst en speelgoed combineren. Kinderen snappen mijn werk meteen, veel beter ook dan hun ouders. Als een kind mijn werk tof vindt, is dat het grootste compliment op aarde. Een volwassene die mijn werk te kinderachtig vindt, loopt maar een deurtje verder.”

Verticaal aan de wand hangt een sjaal met verschillende gezichten onder elkaar. Het heeft iets weg van een totempaal. “Deze totemsjaal kan je echt dragen. Ik vroeg mij af waarom sjaals altijd zo rechttoe rechtaan zijn. Ik wilde een sjaal als een soort silhouet. Die ben ik zelf gaan ontwerpen. Ik heb een viscose achtig materiaal gevonden en dat gelijmd op fleecestof. Snijmeesters in Haarlem hebben de vorm uit de stof gelaserd, zodat ik het niet hoefde om te zomen. Dat scheelde enorm veel werk. Ik werk graag samen met anderen.”

 

Liefdesverdriet en messteken

Het werk van de kunstenaar gaat over mentale gezondheid met onderwerpen als depressie, liefdesverdriet en ADHD. Het kunstproject 'ludduvuddu' is daar één van. Liat ontwierp een online coach die mensen met liefdesverdriet raad gaf. “We hebben 33.000 mensen met liefdesverdriet geholpen. Elke dag kregen ze een berichtje met tips hoe de eerste maanden door te komen. Bijvoorbeeld: ‘Vanavond is op RTL 4 de romantische comedy Notting Hill. Niet kijken, daar ben je nog niet aan toe. Actiefilm Die Hard is op SBS6, ga die maar kijken.’ We organiseerden ook evenementen zoals de ‘Brokenheartboat’. Op Valentijnsdag kon je samen met anderen met liefdesverdriet tijdens een rondvaart ontsnappen aan al het liefdesgeweld.”  

In de expositieruimte staat een enorm groot roze hart met daarin acht messen gestoken. Het werk heeft als titel ‘Cuts like a knife’. Op het heft van de messen staan de acht naarste opmerkingen die ooit tegen Liat gezegd zijn. Ze ervoer ze als een messteek. “Bijna al mijn werk is interactief. Ik wil dat mensen het aanraken. Toeschouwers moesten de messen uit het hart trekken om de tekst te kunnen lezen en vervolgens zelf kiezen waar ze het mes weer terug staken. Eén van de teksten was van een ex. Hij zei ooit tegen mij: ‘Elke vrouw verandert uiteindelijk in een heks en nu is het kennelijk jouw beurt.’ Ik heb de kussens waar het hart mee is gebouwd regelmatig moeten vervangen. Sommige mensen reageerden behoorlijk heftig.” 

‘Ik zette mijn broers depressie om in kunst’

 

 

Lichtpuntjes bij depressie

In 2022 heeft Liat een kunstwerk gemaakt over de zware depressie van haar broer die vele jaren duurde. ‘What glows in the dark’ is een grote zwarte wolk die aan kettingen aan het plafond hangt. De binnenkant is gevuld met felgekleurde pompons, die oplichten in blacklight. “Als je er je hoofd insteekt hoor je het verhaal van mijn broer door hemzelf verteld. Ik had hem eerder gevraagd wat de lichtpuntjes waren in zijn donkerste dagen. Op basis daarvan heb ik vier characters ontwikkeld. Gamen was onder meer zo’n lichtpuntje, daar is Mister Joystick op gebaseerd. Mijn broer vertelt over wat die lichtpuntjes voor hem betekenden. Met dit werk wil ik laten zien dat depressie over meer gaat dan donkerte en negativiteit. Het gaat ook over veerkracht.” 

“Ik vind het interessant om juist die ‘zware’ emoties op een leuke manier bespreekbaar te maken. Mijn werk is altijd speels en kleurrijk. Het zijn voor mij ook geen vervelende onderwerpen, maar emoties die het leven echt maken en kleur geven. Ze gaan vaak over jezelf leren kennen, opnieuw uitvinden en groeien. De mogelijkheid om te transformeren geeft mij een enorm gevoel van vrijheid, anders zou het leven wel erg beknellend zijn. Ik geloof in stuiteren in plaats van breken.” Liat heeft zelf ook soms last van depressie. “Door depressie zie ik beter wat belangrijk is in mijn leven en kan ik makkelijker keuzes maken. Sommige zaken zijn voor mij triggers, daardoor kies ik selectiever met wie omga of wat ik doe. Depressie vergroot alles. Het is voor mij een leerproces. Iemand zei ooit tegen mij dat ik een hele nieuwe wereld creëer om zo mijn eigen binnenwereld te snappen.” 

'Ik red oud speelgoed en maak er nieuw speelgoed van'

 

Schatzoeken

De rode draad in het werk van Liat is emotie, ze haalt inspiratie uit haar gevoelsleven. Volgens haar creëert elke kunstenaar vanuit zichzelf. “Wat in mij zit moet er uit, maar mijn werk hoeft niet letterlijk over mij te gaan. Ik verbeeld mijn liefde voor dingen of juist het gebrek eraan.” Ze is nu bezig met een speelgoedserie getiteld ‘Histoyry’. Op markten en in kringloopwinkels zoekt ze altijd naar ‘schatten’, het liefst speelgoed uit de jaren tachtig en negentig voor haar collectie. “Tijdens die zoektocht kom ik ook heel veel kapot speelgoed tegen.” Ze wijst op een grote doos op de grond met gekleurd plastic speelgoed. “Niemand wil dat nog hebben. Ik red het en maak er nieuw speelgoed van.” Ze toont een plaat van gekleurd plastic. “Dit is gemaakt van oud speelgoed. Ik heb het eerst uit elkaar gehaald en daarna laten vermalen. Het gruis dat overbleef is verhit met als resultaat deze plastic plaat. Ik ben er nog niet uit hoe ik hier nu weer een 3D object van kan maken.” 

'Ik ben extravert en introvert tegelijk'

Liat kreeg een half jaar geleden de diagnose ADHD. Een arts vertelde haar dat depressie hier een symptoom van kan zijn. Door medicatie namen haar depressieve gevoelens af. “Ik had altijd last van een enorme zelfhaat en was zeer perfectionistisch. Er klonk een stem in mijn hoofd die constant kritiek leverde. Na het eerste pilletje was die gelijk verdwenen, een bizarre omslag. Het is wel nog  druk in mijn hoofd. Ik vergelijk het met een bak confetti in alle kleuren die tegelijkertijd om aandacht vragen. Die confetti is er nog steeds, maar ligt nu op kleur gesorteerd waardoor ik veel helderder ben.”

Het lijkt tegenstrijdig, de kunstenaar is naast perfectionistisch en kritisch ook vrij en eigenwijs. “Ik heb echt twee uitersten in mij. Een goede vriend zei ooit: ‘Je bent rock ‘n roll én een couch potato. Daar heeft hij gelijk in. Ik ben extravert én introvert.”

Bezoekers laten kiezen

Afgelopen Kunstlijn had Liat zich al eerder dat jaar aangemeld, maar kreeg haar nieuwe werk niet op tijd klaar. In november stond ze voor een dilemma, wel of niet exposeren. “Ik had allemaal ideeën liggen, was met projecten gestart, uiteindelijk was niets af. Typisch voor iemand met ADHD. Wel had ik allerlei prototypes gereed. Op een gegeven moment besloot ik ze tijdens de Kunstlijn allemaal te tonen en de bezoekers te laten kiezen welk project ik af moet maken. De expositie heette: ’Niet af, wel ingeleverd’. De ‘oude’ Liat was zo perfectionistisch en vol zelfhaat, die had dit nooit toegestaan.” 

Er werd door de Kunstlijnbezoekers in grote getale gestemd voor Slakje, een kinderboek over straatvrees. De kunstenaar pakt een grote geel-roze plastic slak uit de kast. “Slakje durft zijn huisje niet uit te komen, hij en zijn familie hebben teveel nare dingen meegemaakt. Ze zijn opgegeten door Franse chef-koks, er zijn mensen op ze gaan staan en ze hebben giftige planten gegeten. Kinderen moeten het slakje aanmoedigend toespreken. Wie weet komt hij dan toch naar buiten. Het slakkenhuis werkt als een rolmaat, je trekt het verhaaltje eruit. Helemaal uitgerekt is Slakje tweeëneenhalve meter lang. Tijdens Kunstlijn 2026 ga ik dit kinderboek presenteren.

 

Tekst: Meta van der Meijden
Fotografie: Christhilde Klein

 

Dit interview is ook gepubliceerd in HRLM nummer 103

Kunstlijn op bezoek bij Ronald Ruseler

Kunstlijn op bezoek bij Ronald Ruseler

‘Mijn kunstenaarschap is mijn leven’

De oerwouden, watervallen en gebergtes van Ronald Ruseler zijn veelal geïnspireerd op reizen. Zijn werk komt voort uit een hunkering en nieuwsgierigheid naar het onbekende. “Mijn oeuvre is te vergelijken met een raamvertelling. Een enorm bouwwerk aan beelden, dat in de loop der jaren is ontstaan.”

Ronald (75) heeft zijn atelier aan de Lintschotenstraat in Haarlem. Aan de wanden hangen kleurrijke schilderijen in verschillende formaten. Op tafels staan potten verf en bakken met kwasten. De ramen zijn afgeplakt. “Mijn atelier is het centrum van de wereld. Door me af te schermen van de buitenwereld, kan ik me in de Andes wanen of fantaseren dat ik uitzicht heb op zee.” De reizen naar verschillende continenten maakt hij samen met zijn partner Margreet Bouman, die hij leerde kennen op negentienjarige leeftijd vlak na de middelbare school. Samen bezoeken ze meestal onherbergzame gebieden.

Sinds 1977 na het afronden van zijn studie aan de Gerrit Rietveld Academie werkt Ronald niet-stijlgebonden. Hij noemt dat typisch voor de jaren zeventig. “Ik ben van de David Bowie generatie, geïnteresseerd in verschillende stijlen en genres. Ik wil me niet vastleggen en maak graag divers werk. Iedere keer komt er een nieuw belangstellingsveld bij waardoor soms de vorm, de voorstelling of de manier van werken afwijkt. Mijn kunst is realistisch, figuratief of abstract al naargelang de noodzaak. In het begin kreeg ik daar kritiek op. Mensen vonden dat ik in mijn werk alle kanten op ging. Het was niet serieel genoeg, ze konden het handschrift van de kunstenaar er niet in herkennen. Terwijl bij mij juist het omgekeerde het geval is. In de diversiteit van het werk, herken je mij.”

 

Onbevangen schilderen

Midden in de werkruimte staat een groot schilderij met een blauwe lucht, gebergte en een soort godheid op een wolk. “Met dit werk ben ik nu bezig, een ingewikkeld schilderij. Zoiets heb ik nog nooit eerder gemaakt. Het beeld van deze godheid staat in Kathmandu, hij moet kwade geesten verdrijven. Ik ben eraan begonnen na een intensieve reis door Nepal al weer een paar jaar geleden. Dat beeld maakte een enorme indruk op mij. Zo’n godheid moet bescherming bieden en dat is best lastig om te verbeelden. Ik ben van plan hem nu echt af te maken.” Ronald wijst op een klein abstract schilderij met veel lagen olieverf. “Over dit werkje heb ik ook jaren gedaan.” Hij betast de dikke verflaag. “Hier zit een hele geschiedenis onder. Ik wilde een icoonachtig schilderij maken, maar de vorm en kleuren bevielen me niet. Zoeken naar de juiste sfeer kost tijd. Veel van mijn schilderijen zitten in een bepaald patroon waar ik vertrouwd mee ben. Dan weet ik eerder welke kant ik op wil. Zoals bijvoorbeeld de werken met gebergtes. Herleidbaar en daardoor makkelijker te schilderen.”

De kunstenaar vindt het belangrijk om met onbevangenheid te schilderen. Telkens opnieuw probeert hij als een soort eerste mens te kijken en te werken. “Ik heb altijd een hekel gehad aan het op routine schilderen. Als ik iets goed kan, ga ik op een andere manier werken. Steeds weer probeer ik mezelf opnieuw uit te vinden. Het is een cyclisch proces, daar ben ik nu al zo'n vijftig jaar mee bezig. Voorlopig kan ik nog wel even door, als schilderen werk wordt dan stop ik ermee.”

  

Uitdijend heelal

Zijn werk valt vergelijken met een groot dagboek met daarin alles wat hij meemaakt. Het is een weergave van wie hij is. Ronalds schilderijen zijn herinneringen en terugblikken die hij achteraf probeert her te beleven. “Wat ik tegenkom in mijn leven ervaar ik opnieuw in mijn atelier. Vervolgens geef ik het beeldend terug aan de wereld. Alles hoort bij elkaar, mijn oeuvre is één geheel. Schrijvers zijn ook echte oeuvrebouwers. Ik ben een groot fan van bijvoorbeeld Thomas Mann. Al zijn boeken zíjn Thomas Mann of ze nu over bijbelse verhalen gaan of de Tweede Wereldoorlog. Dat geldt ook voor mij. Ik maak verschillend werk, maar ik ben het allemaal. Ik probeer de vrijheid van mijn denken en mijn werken zo ver mogelijk uit te rekken. Het is een soort uitdijend heelal van energie en standpunten. Net als de wateroppervlakte die zich zacht deinend uitbreidt nadat er een steen in is geworpen. De golven bewegen naar een rand toe die ik niet ken en dat niet kennen is wat mij gaande houdt. Zo zie ik mijn wereld en mijn kunst.”

Ontdekken staat centraal in Ronalds werk en in zijn leven. Hij werkt vanuit een constante bodem die gevoed wordt door nieuwsgierigheid. “Als ik iets zie en dat raakt me, bekijk ik of ik het de moeite waard is om het verder bloot te leggen. Ik vind het belangrijk dat de toeschouwer er ook iets mee kan. Je biedt niet alleen je talent aan, maar tevens een verhaal. Willen ze daarin meegaan? Het is een uitwisseling. Als kunstenaar ben je ook artiest, ik hou ervan om te exposeren en op het podium te staan. Alleen in een hutje op de hei schilderen heeft voor mij geen bestaansrecht. Ik ben altijd actief geweest in de kunst, heb veel tentoonstellingen gemaakt en ben medeoprichter van kunstenaarsvereniging De Vishal.”

 

Kruistocht en guerrillastrijd

De kunstenaar haalt zijn inspiratie voornamelijk uit lezen, schrijven en reizen. Sterker nog, de reizen komen meestal voort uit het lezen. “We reizen nooit zonder doel. Het vloeit voort uit een bepaalde gedrevenheid en niet om een bucketlist af te vinken. Wat een verschrikkelijk woord trouwens. Ik lees nu een boek over de kruistochten. Recentelijk bezochten we Bouillon in de Belgische Ardennen. Godfried van Bouillon was een van de leiders van de Eerste Kruistocht. Ik vind het ontzettend leuk om zo’n plek dan te bekijken.” Vooraf aan een reis door Brazilië las Ronald De binnenlanden van Euclides Da Cunha. “Een geweldig boek. Het gaat over de opstand van het volk tegen de republiek. Dat is een guerrillastrijd geweest rond 1900 van vier jaar ongeveer en heeft de geschiedenis van Brazilië enorm bepaald. Aan de oostkust waar onze reis begon, bleek op een paar honderd kilometer verderop het plaatsje Canudos te liggen waar die strijd plaatsvond. We zijn er naar afgereisd. Het lag in the middle of nowhere en kostte ons drie dagen om er te komen. Het oorspronkelijke dorp bestond niet meer, dat is verdwenen onder een stuwmeer. Dan sta je daar in de woestijn op die grond waar het ooit allemaal gebeurde, indrukwekkend. Op zo’n reis kan ik nog jaren teren in mijn atelier.”

 

 

Nadenken over zingeving

Ronald noemt zichzelf niet religieus en ook niet spiritueel, maar wel levensbeschouwelijk. Ter illustratie deelt hij een ervaring in Israël opgedaan. “Margreet en ik waren in de Heilig Grafkerk in de ommuurde oude stad in Jeruzalem.” Volgens de overlevering is de kerk gebouwd op de plek waar Christus zowel gekruisigd, begraven als opgestaan zou zijn. “In de kerk staat een soort stenen tafel waarop Jezus gebalsemd zou zijn. Voor veel gelovigen is dit een zeer belangrijke plek. Mensen knielden en hingen biddend over het marmeren blad. Ik raakte daar zo door gefascineerd. Voor de gelovigen heeft die tafel een heilige betekenis waar ze kracht uit halen, wat ze tot ontroering brengt of waar ze hun verdriet in kwijt kunnen. Ik werd er helemaal door opgenomen. Op een gegeven ogenblik trok Margreet me weg. Dit soort ervaringen zijn in mijn ogen niet spiritueel, maar wel momenten waarop je nadenkt over je positie op aarde, over zingeving. Ik herken dat ook in de boeken van Harry Mulisch. Hij schrijft over de betekenis van gebeurtenissen, de geschiedenis of plaatsen. Die kun je als archeoloog of historicus bekijken, maar je kunt het ook beleven. Ik lees meer boeken die hierover gaan en ook de bijbel, dat is voor mij een historisch boek.”

 

 

De Imaginaire Reis

Het kunstenaarspaar begon ooit aan een reis westwaarts in een poging de wereld rond te trekken en ooit weer op de plaats van vertrek terug te keren. Ronald noemt dit ‘De Imaginaire Reis’. Daar wordt de hunkering mee uitgedrukt naar het andere. Het is gaandeweg een dwaaltocht geworden over zeeën, eilanden en continenten. “Joost Pollmann (auteur red.) zei ooit: ‘Je gaat door de voordeur weg en komt via de achterdeur je huis weer binnen’. We hebben inmiddels zoveel landen doorkruist dat we bijna weer thuis zijn.”

Naast literatuur en reizen haalt Ronald ook inspiratie uit kunst. Al sinds de kunstacademie zijn Rothko, Willem de Kooning, Francis Bacon, Andy Warhol en Picasso zijn schildershelden. Samen met Margreet heeft hij een grote kunstcollectie. In de tijd dat ze beiden op de academie zaten, vonden ze dat hun werk niet bij elkaar paste. Daarom zijn ze kunst gaan verzamelen van anderen voor thuis aan de wand. “Na vijftig jaar exposeren wij binnenkort voor het eerst alleen met ons tweeën in Galerie Lutz in Delft. Ik ben altijd nieuwsgierig naar wat collega’s doen en bezoek graag kunstmusea en galeries. Het hoort allemaal bij dat ene ding: ik denk kunst. Dat is zo in mijn wereld gegroeid, ik kan niet meer op een andere manier kijken.”

Tekst: Meta van der Meijden
Fotografie: Daan Ruijter

 

Dit interview is ook gepubliceerd in HRLM nummer 102

Kunstlijn op bezoek bij Margriet Gehrels

Kunstlijn op bezoek bij Margriet Gehrels

‘Op zoek naar een plek waar ik graag wil zijn’

Margriet Gehrels tekent en schildert desolate landschappen op papier en doek. Met deze vergezichten, installaties en video toont ze haar persoonlijke ontdekkingstocht naar een ongrijpbaar verlangen. “De reis, het zoeken en dwalen is belangrijker dan het bereiken van het einddoel.”

Margriet (51) studeerde grafische technieken en tekenen aan de Academie voor Beeldende Kunsten Sint-Joost in Breda. Ze heeft haar atelier aan huis in Haarlem. Vanuit de hoge zolderruimte op het oosten, “ideaal licht”, heeft ze zicht op de binnentuinen. Midden in de werkruimte staat op een grote ezel een schilderij met enkele olieverfstreken. “Daar ben ik net mee begonnen.” In een open kast langs de wand staan naast blikken verf twee kleine televisies uit de jaren zeventig en een pick-up. De kunstenaar gebruikt graag oude materialen en apparaten in haar installaties. Ze wijst op een koffer op de grond. “Dat is een diaprojector, de voorloper van de beamer. Hij projecteert in de deksel van de koffer.” Schuin tegen de muur staat een smalle rechthoekige aquarel landschapstekening van bijna twee meter. “Het fijne van aquarelverf is dat je de volgende dag makkelijk verder kan werken. Zodra ik een lijn zet wordt de ‘oude’ verf nat en lopen de kleuren mooi in elkaar over. Heel anders dan bij olieverf.” Om stevigheid te creëren is het papier geplakt op een plaat van dibond. “Echt een ontdekking dat materiaal.”

Sinds kort werkt Margriet ook met video. Een lang gekoesterde wens waar ze eerder nog geen geschikte vorm voor had gevonden. “Het is voor mij een nieuw medium, heel uitdagend. Het voegt een extra laag toe aan mijn werk. In de Stadskunstkamer in Haarlem heb ik een video-installatie gemaakt. De ruimte is omgebouwd tot een soort van gang met een kapstok en gordijnen. Tussen 16.00 en 23.00 uur draait er een videoprojectie op de achterwand. Een spel van licht en beweging, geïnspireerd op de lichtflitsen die ik als kind zag vanuit mijn bed op de muur van mijn slaapkamer. We woonden op een boerderij aan een drukke weg in Zwanenburg. Het waren de lichten van de koplampen van voorbijrijdende auto's. Ik vroeg me af waar iedereen heenging. In mijn fantasie was dat een rustige en fijne plek waar ik ook wilde zijn. Achteraf denk ik dat ik vooral op zoek was naar een veilige plek. Op zevenjarige leeftijd overleed mijn vader vrij plotseling, dat veroorzaakte uiteraard een onveilig gevoel.”

Fernweh

De werken van de kunstenaar gaan over haar persoonlijke ontdekkingstocht naar een ongrijpbaar verlangen. “Het is een soort pelgrimstocht die ik aan het wandelen ben binnen mijn eigen werk. Ik zoek naar een plek waar ik graag wil zijn, waar ik mezelf kan zijn.” Het verlangen kreeg een naam na het zien van een reisdocumentaire. “In dat televisieprogramma hadden ze het over Fernweh. Wat een mooi woord dacht ik gelijk. Het is Duits voor het verlangen naar een plek die je niet kent. Het tegenovergestelde van heimwee, verlangen naar huis.”

   

“Begrijp me goed, ik ben een gelukkig mens, maar er is altijd een gevoel in mij dat zorgt dat ik zoekende ben. Ook al denk ik niet dat ik ‘het’ ooit ga vinden en misschien wil ik dat ook wel niet. Het verlangen, zoeken en dwalen is belangrijker dan het bereiken van het einddoel. Het gaat om het onderweg zijn, maar dat kan ook thuis terwijl ik mijn verlangen naar een andere plek schilder. Mijn werk is een registratie van de tocht die ik maak. Mensen vragen me soms of ik wil vluchten of onrustig ben, dat is het niet. Het idee dat ik naar een andere plek kan gaan, waar dan ook, geeft mij juist rust. Ik ben eerder nieuwsgierig en avontuurlijk. Ik hou ervan om een landkaart open te vouwen, een weg uit te kiezen en die in het echt op te zoeken. Op ontdekkingstocht, daar haal ik veel inspiratie uit.”

45 45 45

Margriet verbeeldt haar gevoelens, maar tekent soms ook letterlijk een reis uit. Zoals bij haar installatie ‘Project Pelgrim’. Ze pakt een leporello van haar bureau, een dik opgevouwen boek. “Dit is de pelgrimstocht van mijn vader. Een wandeling van zeventien kilometer die hij ooit heeft uitgezet van de kerk in Halfweg naar de waterleidingduinen waar met Hemelvaart een kerkdienst werd gehouden. Als kind heb ik de wandeling nooit gemaakt. Pas jaren later op mijn vijfenveertigste liep ik de tocht, de leeftijd waarop mijn vader overleed, en precies vijfenveertig jaar nadat de route voor het eerst werd gewandeld.”

Na de wandeling is ze vanuit haar herinnering de tocht gaan natekenen. Margriet opent de leporello en toont de tekeningen. “Hier bijvoorbeeld loop ik langs de Ringvaart en dit is de dubbele brug over het Spaarne.” Ze bladert door. “Daarna door De Haarlemmerhout naar Heemstede en vervolgens via de Zandvoortselaan de duinen in.” Het stenen bankje in De Hout was het eerste rustpunt voor de wandelaars. Haar moeder vertelde Margriet dat op de avond vooraf aan de tocht haar vader achter dat bankje blikjes fruit en lege pannen verstopte om bowl mee te maken. “Een suikershot, energie om verder te gaan. Dit bankje, waar ik regelmatig langs fiets, was de aanleiding om de wandeling zelf te maken en te registreren.”

d’ Haringbuys, een huisje aan de rand van Aerdenhout, was ook een rustpunt voor de wandelaars. Hier heeft de kunstenaar haar installatie ‘Project Pelgrim’ tentoongesteld. “In het weekend kwam een vrouw langs die de tocht ooit met mijn vader had gelopen. Ze was nu weer onderweg en kwam bij mij uitrusten, heel bijzonder. Een pelgrim gaat op weg om zichzelf te vinden. Zo was het project ook gestart. Mijn vader heeft deze wandeling bedacht en wie ben ik? Gedurende dit hele project heb ik daar niet echt antwoord op gekregen. Ik ben nog steeds op zoek naar mijn identiteit.”

Buitenruimtes

Margriet noemt zichzelf geen landschapsschilder. Ze schildert “buitenruimtes”. Een landschapsschilder associeert ze met iemand die buiten het landschap naschildert. “Ik haal wel inspiratie uit landschappen. Iedere dag maak ik een wandeling, buiten ben ik een soort spons. Ik slurp licht, beweging en details op. Er gebeurt van alles onderweg. Bepaalde mooie beelden wil ik thuis in het groot uitwerken, maar uiteindelijk lijkt het schilderij er totaal niet op. Ik gebruik wat ik observeer meer als startpunt, gaandeweg krijgt het zijn eigen vorm. Met olieverf schilder ik hele dunne lagen, die veranderen tijdens het drogen. Als ik de volgende dag in mijn atelier kom zie ik soms nieuwe vormen. Heel inspirerend, een enkele keer besluit ik zelfs het schilderij helemaal om te draaien en dan verder te gaan.”

Op haar werktafel liggen diverse houten blokjes uit een blokkendoos gekocht in een kringloopwinkel. Iedere vierkant, driehoek of rechthoek is beschilderd, sommigen aan twee zijden. “Je kan ze neerzetten of ophangen.” De kunstenaar wil niet alleen maar schilderijen maken, dat vertelt niet haar hele verhaal. “Er moet meer gebeuren, deze mini-werkjes zijn een leuke aanvulling. Op sommige blokjes ben ik direct gaan schilderen, op anderen heb ik een detail geplakt uit een grotere tekening en daar verder op gewerkt. Het zijn kleine schilderijtjes op zich.”

Gesloten koffer

Op de grond in haar atelier staat een grote houten koffer die niet open kan. Hij is gemaakt van het hout van drie kisten ooit door haar vader ontworpen. “Deze kisten pasten precies op onze aanhanger als we met het gezin op vakantie gingen. In de ene kist zaten de tentspullen, in de andere de keukenspullen en in de derde alle slaapspullen. Als we aankwamen op de plek van bestemming die bij ons nooit van tevoren gepland was, werden de kisten leeggemaakt. Op hun kant vormden ze de buitenkeuken. De houten koffer staat symbool voor het verlangen naar reizen. Daarom kan hij ook niet open, er hoeft niets in. Ik vind het een mooi beeld.”

De vader van Margriet was boer én kunstenaar. Als kind al tekende Margriet graag, het lag voor de hand dat zij al zijn schilderspullen erfde. “Mijn moeder stimuleerde het tekenen en schilderen. Het voelde goed, daarom ben ik ook naar de kunstacademie gegaan.” Het verlies van haar vader op jonge leeftijd speelt een rol in haar leven en in haar werk. “Ik snap pas sinds een paar jaar wat de impact is op een jong kind als één van beide ouders overlijdt. Dat ontdekte ik toen mijn eigen dochter zeven jaar werd. Ik keek naar haar en realiseerde me wat voor een kwetsbare leeftijd dit is om een ouder te verliezen, heel zielig eigenlijk. Daarna ontstond meer ruimte om naar mijzelf te kijken. Wat heeft het verlies van mijn vader voor mij betekend? Zoiets heftigs is van invloed op je persoonlijkheid. Het bepaalt hoe je je voelt, of je zeker of juist onzeker over jezelf bent. Ik ben heel dankbaar dat ik mijn beeldende kunst heb, daar kan ik zoveel in kwijt. Het helpt me bij het verwerken van het verleden. Volgens mij heeft iedere kunstenaar wel een persoonlijk onderwerp waarover diegene móet vertellen. Ik denk dat dat juist ook lading geeft aan het werk. Overigens zei schrijver Griet op den Beeck ooit in een interview dat hoe persoonlijker iets is, hoe universeler het tegelijkertijd wordt.”

Tekst: Meta van der Meijden
Fotografie: Christhilde Klein

 

Dit interview is ook gepubliceerd in HRLM nummer 101

Kunstlijn op bezoek bij Madelief van de Beek

Kunstlijn op bezoek bij Madelief van de Beek

‘Niets is eeuwigdurend’

Vergankelijkheid en de sporen van geleefde levens, daarover gaan de installaties en video’s van beeldend kunstenaar en scenograaf Madelief van de Beek. Het overlijden van haar moeder drie jaar geleden speelt een belangrijke rol in haar werk. ‘De scheidingslijn tussen theater en realiteit intrigeert me’

Madelief (29) heeft haar werkruimte aan de Planetenlaan in Haarlem-Noord. De ruimte oogt meer als opslagplek dan als atelier. De planken langs de wanden liggen vol met voorwerpen en materialen. Op een bureau bij het raam staat een naaimachine. In 2020 studeerde ze af aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam (bachelor Fine Art) en in 2023 behaalde ze de master Scenografie aan de HKU in Utrecht. Het werk van de kunstenaar komt veelal voort uit onderzoek. Ze streeft ernaar om een kloppend verhaal te vertellen. Haar locatie-specifieke installaties resoneren met het ontwerp, de geschiedenis en de dramaturgie van de ruimte.

Vergankelijkheid is een belangrijk thema in het werk van Madelief. Ze bouwt kunstinstallaties van tijdelijke aard. Bijvoorbeeld door het materiaalgebruik, zoals bloemblaadjes die langzaam vergaan. Ook is ze gefascineerd door het effect van haar werk op de toeschouwer. “Wat doen mijn installaties met het publiek en waardoor worden mensen geraakt? Ik vind het interessant om te observeren of mijn bedoeling bij de toeschouwer binnenkomt. De ene keer vertel ik een verhaal, de andere keer probeer ik mensen iets te leren over de geschiedenis van de plek waar mijn werk zich bevindt. Dat is voor mij belangrijker dan puur esthetische kunst.”

Zang uit kussentjes

Madelief is geboeid door de belevenis in het theater en door dramaturgie. Deze interesse komt voort uit haar studie scenografie. “Ik denk niet alleen na over wat ik wil uiten, maar ook over wat iemand ziet en ervaart als diegene het verhaal van mijn installatie niet kent.” In een grote tas in haar werkruimte liggen donkere en licht roze, zachte kussentjes. Ze zijn met elkaar verbonden via een stroomdraad. In de gekleurde bollen zitten kleine speakers waar zachte zang uitkomt. Het zijn kinderliedjes gezongen en geneuried door vrienden van de kunstenaar. Liedjes uit hun eigen jeugd. “Tijdens een expositie in de Bavokerk had ik de kussentjes aan een pilaar bevestigd. Bezoekers van de kerk zagen anderen hun hoofd tegen de kussentjes aandrukken. Die probeerden de zang te horen. Ik was benieuwd naar wat die bezoekers dachten terwijl ze dit tafereel aanschouwden. Ze wisten niet dat ik de kunstenaar was, zo kreeg ik hun reacties mee. Sommigen vroegen zich af waar de installatie op sloeg. Die opmerkingen vind ik interessant.”

  

Iets soortgelijks creëerde ze met een werk tijdens de ledententoonstelling in de Vishal vorig jaar. Ze plaatste een ouderwetse telefoon speciaal voor het raam, zodat mensen buiten konden zien hoe binnen bezoekers met de hoorn aan hun oor stonden. “Het thema van die tentoonstelling was chaos. Ik heb een vriendin die niet belt, maar bijna altijd audio inspreekt. Ze komt dan nooit echt tot een punt. In de hoorn klonk een tekst van twintig minuten die ik zelf had opgenomen waarin ik ook niet tot een punt kom. Sommige mensen hadden al snel door dat het verhaal nergens heen ging, anderen bleven wel tien minuten aan de lijn en vroegen of het werk soms stuk was.”  

Scene met bloemblaadjes

De kunstenaar vindt het betrekken van buitenstaanders bij haar installaties intrigerend. Het creëert vaak bevreemdende situaties. In haar privéleven heeft ze momenten meegemaakt waarin ze ook het gevoel had in een soort theaterstuk mee te spelen. Haar moeder is drie jaar geleden kort na haar oma overleden, beiden aan longkanker. “Mijn moeder kwam vreselijk ziek thuis uit het ziekenhuis. In de woonkamer gingen de meubels aan de kant en het ziekenhuisbed kwam erin. Het voelde voor mij bijna alsof ik het theaterstuk van mijn leven aan het opvoeren was. Er kwamen zulke heftige emoties vrij dat ik me voor de situatie afsloot. Ik werd een buitenstaander en bekeek mijn eigen leven meer als regisseur. Ik denk dat dit het begin was van mijn interesse in momenten waarin je meer jezelf speelt dan dat je het bent. Situaties waarin je je ervan bewust bent dat mensen naar je kijken waardoor je je anders gaat gedragen.”  

Het overlijden viel tegelijk met het schrijven van haar thesis. Madelief overwoog te stoppen met haar studie, maar besloot toch door te gaan. Voor haar onderzoek koos ze als onderwerp de parallellen tussen trauma-/rouwverwerking, en de methodes van een scenograaf in het theater om bepaalde gevoelens of emoties te vertellen. “Twee weken na de begrafenis van mijn moeder ben ik als oefening samen met mijn vader door de stad gelopen met een ladder. Het plan was de ‘scene’ van het strooien van bloemblaadjes op het graf na te spelen, een heftig moment tijdens de begrafenis. We zijn naar plekken gegaan in Haarlem waar we mijn moeder erg misten. Daar zetten we de ladder op en strooiden bloemblaadjes. Dat hebben we een aantal keer gedaan om te kijken of het opnieuw verrichten van zo’n handeling helpt bij het verwerken van verlies. Mijn vader deed actief mee, omstanders reageerden nauwelijks op ons. Door de ladder dachten mensen waarschijnlijk dat we aan het werk waren.”

Theatrale rituelen

De scheidingslijn tussen theater en realiteit boeit de kunstenaar. “Waar gaat het een over in het andere? Ik vind een begrafenis ook een soort theaterstukje. De emoties zijn echt, maar het is nogal theatraal om met z'n allen in zo'n zaaltje te zitten, om de beurt een verhaaltje te vertellen over de overledene en vervolgens met een hele stoet naar het graf te lopen. Het zijn theatrale rituelen.”

Op een van de planken in haar werkruimte staat een blauw Albert Heijn kratje. Het is gevuld met spullen van haar moeder. Een boek van Isabel Allende ligt bovenop. “Die schrijver las ze graag.” Madelief pakt een brillenkoker met een zonnebril erin. “Een deel van mijn moeders leven ligt hier in één kratje. Bizar eigenlijk.” Als afstudeerwerk had Madelief een kleine woonkamer nagemaakt. Ze vroeg toeschouwers de ruimte opnieuw in te richten met de spullen van haar moeder. “Het zijn banale dingen die overblijven na een overlijden, maar ze waren wel van groot belang voor diegene er niet meer is. Ik denk niet dat ik haar spullen nog een keer op deze manier ga exposeren. Ik ben een stapje verder in mijn verwerkingsproces en voel nu iets meer distantie.”

 

Aanvankelijk was de kunstenaar bevreesd misbruik te maken van de dood van haar moeder voor haar kunst. “Daar heb ik erg mee gezeten. Kan dit wel? Mijn moeder was journalist en schreef over haar ziekte en de emoties die daarbij los kwamen zoals angst voor de dood.” Madelief trekt een krat van een plank met daarin multomappen met uitgeknipte artikelen geschreven door haar moeder. “Mijn moeder had zelf al de eerste stap gezet om haar verhaal openbaar te maken, dat maakte het voor mij makkelijker om door te gaan met mijn installaties. De vraag blijft hoe persoonlijk je een kunstwerk maakt. Creëer je voor jezelf of voor anderen? Ik ontdekte dat als ik veel details geef over mijn eigen ervaring, het beklemmend kan zijn voor de toeschouwer. Sommige mensen weten niet goed wat ze ermee aan moeten. Anderen voelen door de details juist verbinding of worden door één specifiek onderdeel geraakt.”

Omgaan met leegte

In de periode na het overlijden van haar moeder ging het werk van Madelief puur over de omgang met de dood en rouw. Nu vormt haar hoofdthema de sporen, al dan niet zichtbaar, van geleefde levens. “In essentie heeft het wel nog steeds met mijn verdriet te maken, maar vooral ook met het besef dat niets eeuwigdurend is. Opeens ervaar je dat het allemaal een keer ophoudt. Met die leegte moet ik leren omgaan. Ik mis letterlijk de aanwezigheid van mijn moeder, maar ook de vanzelfsprekendheid dat ze altijd onderdeel zou zijn van mijn leven. Ik ben afgestudeerd dat heeft ze niet meegemaakt. Ik werk nu als ontwerper bij een online bloemist waar ik haar niet over kan vertellen.”

Ze wil niet bekend staan als de kunstenaar die alleen maar werk maakt over rouw. “Mijn installaties gaan verder. Ze gaan over vergankelijkheid, eindigheid en over de sporen die je niet meer ziet. Ik probeer dat wel met schoonheid en op een lieflijke manier te tonen, dat raakt meer dan het grootse en meeslepende.” 

Madelief maakt voornamelijk locatie specifiek werk, vanuit een bepaalde ruimte bouwt ze een installatie. Ze doet inspiratie op uit ruimtelijk onderzoek en de geschiedenis van de locatie. “Wat is de functie, welke mensen komen hier? Geschiedenis is een grote passie van mij. Ik vertel graag een kloppend verhaal en gebruik daarbij alle elementen die ik op een locatie aantref. Zoals bij een opdracht in Hindeloopen bijvoorbeeld, een stad met een rijke geschiedenis. De inwoners waren zeevaarders die handel dreven met Scandinavische landen. Ze brachten prachtige stoffen mee terug. De mannen zaten de meeste tijd van het jaar op zee. De stad werd daardoor gerund door vrouwen, wat vrij uniek was in de achttiende eeuw. Ze maakten van die stoffen bijzondere gewaden, de Hindeloopse klederdracht. Ik wilde een verhaal maken over deze vrouwen. Van hun kappen heb ik een soort zee gemaakt, een golfbeweging waarin alles samenkwam.”

Vormen, materiaal en lichtinval

De kunstenaar is sinds kort een nieuw traject aangegaan dankzij de gemeente Haarlem. Ze heeft subsidie gekregen om artistiek onderzoek te doen. “Hiervoor ga ik naar een aantal interessante locaties in Haarlem. Ik onderzoek de geschiedenis van deze ruimtes, laat me beïnvloeden door vormen, materiaal en lichtinval, en kijk hoe ik ze kan gebruiken om een bepaald gevoel over te brengen. Daarna komt vanzelf het verhaal dat aansluit bij de sporen van geleefde levens.”

Tekst: Meta van der Meijden
Fotografie: Christhilde Klein

 

Dit interview is ook gepubliceerd in HRLM nummer 100