‘Op zoek naar een plek waar ik graag wil zijn’
Margriet Gehrels tekent en schildert desolate landschappen op papier en doek. Met deze vergezichten, installaties en video toont ze haar persoonlijke ontdekkingstocht naar een ongrijpbaar verlangen. “De reis, het zoeken en dwalen is belangrijker dan het bereiken van het einddoel.”
Margriet (51) studeerde grafische technieken en tekenen aan de Academie voor Beeldende Kunsten Sint-Joost in Breda. Ze heeft haar atelier aan huis in Haarlem. Vanuit de hoge zolderruimte op het oosten, “ideaal licht”, heeft ze zicht op de binnentuinen. Midden in de werkruimte staat op een grote ezel een schilderij met enkele olieverfstreken. “Daar ben ik net mee begonnen.” In een open kast langs de wand staan naast blikken verf twee kleine televisies uit de jaren zeventig en een pick-up. De kunstenaar gebruikt graag oude materialen en apparaten in haar installaties. Ze wijst op een koffer op de grond. “Dat is een diaprojector, de voorloper van de beamer. Hij projecteert in de deksel van de koffer.” Schuin tegen de muur staat een smalle rechthoekige aquarel landschapstekening van bijna twee meter. “Het fijne van aquarelverf is dat je de volgende dag makkelijk verder kan werken. Zodra ik een lijn zet wordt de ‘oude’ verf nat en lopen de kleuren mooi in elkaar over. Heel anders dan bij olieverf.” Om stevigheid te creëren is het papier geplakt op een plaat van dibond. “Echt een ontdekking dat materiaal.”
Sinds kort werkt Margriet ook met video. Een lang gekoesterde wens waar ze eerder nog geen geschikte vorm voor had gevonden. “Het is voor mij een nieuw medium, heel uitdagend. Het voegt een extra laag toe aan mijn werk. In de Stadskunstkamer in Haarlem heb ik een video-installatie gemaakt. De ruimte is omgebouwd tot een soort van gang met een kapstok en gordijnen. Tussen 16.00 en 23.00 uur draait er een videoprojectie op de achterwand. Een spel van licht en beweging, geïnspireerd op de lichtflitsen die ik als kind zag vanuit mijn bed op de muur van mijn slaapkamer. We woonden op een boerderij aan een drukke weg in Zwanenburg. Het waren de lichten van de koplampen van voorbijrijdende auto's. Ik vroeg me af waar iedereen heenging. In mijn fantasie was dat een rustige en fijne plek waar ik ook wilde zijn. Achteraf denk ik dat ik vooral op zoek was naar een veilige plek. Op zevenjarige leeftijd overleed mijn vader vrij plotseling, dat veroorzaakte uiteraard een onveilig gevoel.”
Fernweh
De werken van de kunstenaar gaan over haar persoonlijke ontdekkingstocht naar een ongrijpbaar verlangen. “Het is een soort pelgrimstocht die ik aan het wandelen ben binnen mijn eigen werk. Ik zoek naar een plek waar ik graag wil zijn, waar ik mezelf kan zijn.” Het verlangen kreeg een naam na het zien van een reisdocumentaire. “In dat televisieprogramma hadden ze het over Fernweh. Wat een mooi woord dacht ik gelijk. Het is Duits voor het verlangen naar een plek die je niet kent. Het tegenovergestelde van heimwee, verlangen naar huis.”
“Begrijp me goed, ik ben een gelukkig mens, maar er is altijd een gevoel in mij dat zorgt dat ik zoekende ben. Ook al denk ik niet dat ik ‘het’ ooit ga vinden en misschien wil ik dat ook wel niet. Het verlangen, zoeken en dwalen is belangrijker dan het bereiken van het einddoel. Het gaat om het onderweg zijn, maar dat kan ook thuis terwijl ik mijn verlangen naar een andere plek schilder. Mijn werk is een registratie van de tocht die ik maak. Mensen vragen me soms of ik wil vluchten of onrustig ben, dat is het niet. Het idee dat ik naar een andere plek kan gaan, waar dan ook, geeft mij juist rust. Ik ben eerder nieuwsgierig en avontuurlijk. Ik hou ervan om een landkaart open te vouwen, een weg uit te kiezen en die in het echt op te zoeken. Op ontdekkingstocht, daar haal ik veel inspiratie uit.”
45 45 45
Margriet verbeeldt haar gevoelens, maar tekent soms ook letterlijk een reis uit. Zoals bij haar installatie ‘Project Pelgrim’. Ze pakt een leporello van haar bureau, een dik opgevouwen boek. “Dit is de pelgrimstocht van mijn vader. Een wandeling van zeventien kilometer die hij ooit heeft uitgezet van de kerk in Halfweg naar de waterleidingduinen waar met Hemelvaart een kerkdienst werd gehouden. Als kind heb ik de wandeling nooit gemaakt. Pas jaren later op mijn vijfenveertigste liep ik de tocht, de leeftijd waarop mijn vader overleed, en precies vijfenveertig jaar nadat de route voor het eerst werd gewandeld.”
Na de wandeling is ze vanuit haar herinnering de tocht gaan natekenen. Margriet opent de leporello en toont de tekeningen. “Hier bijvoorbeeld loop ik langs de Ringvaart en dit is de dubbele brug over het Spaarne.” Ze bladert door. “Daarna door De Haarlemmerhout naar Heemstede en vervolgens via de Zandvoortselaan de duinen in.” Het stenen bankje in De Hout was het eerste rustpunt voor de wandelaars. Haar moeder vertelde Margriet dat op de avond vooraf aan de tocht haar vader achter dat bankje blikjes fruit en lege pannen verstopte om bowl mee te maken. “Een suikershot, energie om verder te gaan. Dit bankje, waar ik regelmatig langs fiets, was de aanleiding om de wandeling zelf te maken en te registreren.”
d’ Haringbuys, een huisje aan de rand van Aerdenhout, was ook een rustpunt voor de wandelaars. Hier heeft de kunstenaar haar installatie ‘Project Pelgrim’ tentoongesteld. “In het weekend kwam een vrouw langs die de tocht ooit met mijn vader had gelopen. Ze was nu weer onderweg en kwam bij mij uitrusten, heel bijzonder. Een pelgrim gaat op weg om zichzelf te vinden. Zo was het project ook gestart. Mijn vader heeft deze wandeling bedacht en wie ben ik? Gedurende dit hele project heb ik daar niet echt antwoord op gekregen. Ik ben nog steeds op zoek naar mijn identiteit.”
Buitenruimtes
Margriet noemt zichzelf geen landschapsschilder. Ze schildert “buitenruimtes”. Een landschapsschilder associeert ze met iemand die buiten het landschap naschildert. “Ik haal wel inspiratie uit landschappen. Iedere dag maak ik een wandeling, buiten ben ik een soort spons. Ik slurp licht, beweging en details op. Er gebeurt van alles onderweg. Bepaalde mooie beelden wil ik thuis in het groot uitwerken, maar uiteindelijk lijkt het schilderij er totaal niet op. Ik gebruik wat ik observeer meer als startpunt, gaandeweg krijgt het zijn eigen vorm. Met olieverf schilder ik hele dunne lagen, die veranderen tijdens het drogen. Als ik de volgende dag in mijn atelier kom zie ik soms nieuwe vormen. Heel inspirerend, een enkele keer besluit ik zelfs het schilderij helemaal om te draaien en dan verder te gaan.”
Op haar werktafel liggen diverse houten blokjes uit een blokkendoos gekocht in een kringloopwinkel. Iedere vierkant, driehoek of rechthoek is beschilderd, sommigen aan twee zijden. “Je kan ze neerzetten of ophangen.” De kunstenaar wil niet alleen maar schilderijen maken, dat vertelt niet haar hele verhaal. “Er moet meer gebeuren, deze mini-werkjes zijn een leuke aanvulling. Op sommige blokjes ben ik direct gaan schilderen, op anderen heb ik een detail geplakt uit een grotere tekening en daar verder op gewerkt. Het zijn kleine schilderijtjes op zich.”
Gesloten koffer
Op de grond in haar atelier staat een grote houten koffer die niet open kan. Hij is gemaakt van het hout van drie kisten ooit door haar vader ontworpen. “Deze kisten pasten precies op onze aanhanger als we met het gezin op vakantie gingen. In de ene kist zaten de tentspullen, in de andere de keukenspullen en in de derde alle slaapspullen. Als we aankwamen op de plek van bestemming die bij ons nooit van tevoren gepland was, werden de kisten leeggemaakt. Op hun kant vormden ze de buitenkeuken. De houten koffer staat symbool voor het verlangen naar reizen. Daarom kan hij ook niet open, er hoeft niets in. Ik vind het een mooi beeld.”
De vader van Margriet was boer én kunstenaar. Als kind al tekende Margriet graag, het lag voor de hand dat zij al zijn schilderspullen erfde. “Mijn moeder stimuleerde het tekenen en schilderen. Het voelde goed, daarom ben ik ook naar de kunstacademie gegaan.” Het verlies van haar vader op jonge leeftijd speelt een rol in haar leven en in haar werk. “Ik snap pas sinds een paar jaar wat de impact is op een jong kind als één van beide ouders overlijdt. Dat ontdekte ik toen mijn eigen dochter zeven jaar werd. Ik keek naar haar en realiseerde me wat voor een kwetsbare leeftijd dit is om een ouder te verliezen, heel zielig eigenlijk. Daarna ontstond meer ruimte om naar mijzelf te kijken. Wat heeft het verlies van mijn vader voor mij betekend? Zoiets heftigs is van invloed op je persoonlijkheid. Het bepaalt hoe je je voelt, of je zeker of juist onzeker over jezelf bent. Ik ben heel dankbaar dat ik mijn beeldende kunst heb, daar kan ik zoveel in kwijt. Het helpt me bij het verwerken van het verleden. Volgens mij heeft iedere kunstenaar wel een persoonlijk onderwerp waarover diegene móet vertellen. Ik denk dat dat juist ook lading geeft aan het werk. Overigens zei schrijver Griet op den Beeck ooit in een interview dat hoe persoonlijker iets is, hoe universeler het tegelijkertijd wordt.”
Tekst: Meta van der Meijden
Fotografie: Christhilde Klein
Dit interview is ook gepubliceerd in HRLM nummer 101





