Kunstlijn op bezoek bij Madelief van de Beek

nov 20, 2025 | Interviews

‘Niets is eeuwigdurend’

Vergankelijkheid en de sporen van geleefde levens, daarover gaan de installaties en video’s van beeldend kunstenaar en scenograaf Madelief van de Beek. Het overlijden van haar moeder drie jaar geleden speelt een belangrijke rol in haar werk. ‘De scheidingslijn tussen theater en realiteit intrigeert me’

Madelief (29) heeft haar werkruimte aan de Planetenlaan in Haarlem-Noord. De ruimte oogt meer als opslagplek dan als atelier. De planken langs de wanden liggen vol met voorwerpen en materialen. Op een bureau bij het raam staat een naaimachine. In 2020 studeerde ze af aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam (bachelor Fine Art) en in 2023 behaalde ze de master Scenografie aan de HKU in Utrecht. Het werk van de kunstenaar komt veelal voort uit onderzoek. Ze streeft ernaar om een kloppend verhaal te vertellen. Haar locatie-specifieke installaties resoneren met het ontwerp, de geschiedenis en de dramaturgie van de ruimte.

Vergankelijkheid is een belangrijk thema in het werk van Madelief. Ze bouwt kunstinstallaties van tijdelijke aard. Bijvoorbeeld door het materiaalgebruik, zoals bloemblaadjes die langzaam vergaan. Ook is ze gefascineerd door het effect van haar werk op de toeschouwer. “Wat doen mijn installaties met het publiek en waardoor worden mensen geraakt? Ik vind het interessant om te observeren of mijn bedoeling bij de toeschouwer binnenkomt. De ene keer vertel ik een verhaal, de andere keer probeer ik mensen iets te leren over de geschiedenis van de plek waar mijn werk zich bevindt. Dat is voor mij belangrijker dan puur esthetische kunst.”

Zang uit kussentjes

Madelief is geboeid door de belevenis in het theater en door dramaturgie. Deze interesse komt voort uit haar studie scenografie. “Ik denk niet alleen na over wat ik wil uiten, maar ook over wat iemand ziet en ervaart als diegene het verhaal van mijn installatie niet kent.” In een grote tas in haar werkruimte liggen donkere en licht roze, zachte kussentjes. Ze zijn met elkaar verbonden via een stroomdraad. In de gekleurde bollen zitten kleine speakers waar zachte zang uitkomt. Het zijn kinderliedjes gezongen en geneuried door vrienden van de kunstenaar. Liedjes uit hun eigen jeugd. “Tijdens een expositie in de Bavokerk had ik de kussentjes aan een pilaar bevestigd. Bezoekers van de kerk zagen anderen hun hoofd tegen de kussentjes aandrukken. Die probeerden de zang te horen. Ik was benieuwd naar wat die bezoekers dachten terwijl ze dit tafereel aanschouwden. Ze wisten niet dat ik de kunstenaar was, zo kreeg ik hun reacties mee. Sommigen vroegen zich af waar de installatie op sloeg. Die opmerkingen vind ik interessant.”

  

Iets soortgelijks creëerde ze met een werk tijdens de ledententoonstelling in de Vishal vorig jaar. Ze plaatste een ouderwetse telefoon speciaal voor het raam, zodat mensen buiten konden zien hoe binnen bezoekers met de hoorn aan hun oor stonden. “Het thema van die tentoonstelling was chaos. Ik heb een vriendin die niet belt, maar bijna altijd audio inspreekt. Ze komt dan nooit echt tot een punt. In de hoorn klonk een tekst van twintig minuten die ik zelf had opgenomen waarin ik ook niet tot een punt kom. Sommige mensen hadden al snel door dat het verhaal nergens heen ging, anderen bleven wel tien minuten aan de lijn en vroegen of het werk soms stuk was.”  

Scene met bloemblaadjes

De kunstenaar vindt het betrekken van buitenstaanders bij haar installaties intrigerend. Het creëert vaak bevreemdende situaties. In haar privéleven heeft ze momenten meegemaakt waarin ze ook het gevoel had in een soort theaterstuk mee te spelen. Haar moeder is drie jaar geleden kort na haar oma overleden, beiden aan longkanker. “Mijn moeder kwam vreselijk ziek thuis uit het ziekenhuis. In de woonkamer gingen de meubels aan de kant en het ziekenhuisbed kwam erin. Het voelde voor mij bijna alsof ik het theaterstuk van mijn leven aan het opvoeren was. Er kwamen zulke heftige emoties vrij dat ik me voor de situatie afsloot. Ik werd een buitenstaander en bekeek mijn eigen leven meer als regisseur. Ik denk dat dit het begin was van mijn interesse in momenten waarin je meer jezelf speelt dan dat je het bent. Situaties waarin je je ervan bewust bent dat mensen naar je kijken waardoor je je anders gaat gedragen.”  

Het overlijden viel tegelijk met het schrijven van haar thesis. Madelief overwoog te stoppen met haar studie, maar besloot toch door te gaan. Voor haar onderzoek koos ze als onderwerp de parallellen tussen trauma-/rouwverwerking, en de methodes van een scenograaf in het theater om bepaalde gevoelens of emoties te vertellen. “Twee weken na de begrafenis van mijn moeder ben ik als oefening samen met mijn vader door de stad gelopen met een ladder. Het plan was de ‘scene’ van het strooien van bloemblaadjes op het graf na te spelen, een heftig moment tijdens de begrafenis. We zijn naar plekken gegaan in Haarlem waar we mijn moeder erg misten. Daar zetten we de ladder op en strooiden bloemblaadjes. Dat hebben we een aantal keer gedaan om te kijken of het opnieuw verrichten van zo’n handeling helpt bij het verwerken van verlies. Mijn vader deed actief mee, omstanders reageerden nauwelijks op ons. Door de ladder dachten mensen waarschijnlijk dat we aan het werk waren.”

Theatrale rituelen

De scheidingslijn tussen theater en realiteit boeit de kunstenaar. “Waar gaat het een over in het andere? Ik vind een begrafenis ook een soort theaterstukje. De emoties zijn echt, maar het is nogal theatraal om met z'n allen in zo'n zaaltje te zitten, om de beurt een verhaaltje te vertellen over de overledene en vervolgens met een hele stoet naar het graf te lopen. Het zijn theatrale rituelen.”

Op een van de planken in haar werkruimte staat een blauw Albert Heijn kratje. Het is gevuld met spullen van haar moeder. Een boek van Isabel Allende ligt bovenop. “Die schrijver las ze graag.” Madelief pakt een brillenkoker met een zonnebril erin. “Een deel van mijn moeders leven ligt hier in één kratje. Bizar eigenlijk.” Als afstudeerwerk had Madelief een kleine woonkamer nagemaakt. Ze vroeg toeschouwers de ruimte opnieuw in te richten met de spullen van haar moeder. “Het zijn banale dingen die overblijven na een overlijden, maar ze waren wel van groot belang voor diegene er niet meer is. Ik denk niet dat ik haar spullen nog een keer op deze manier ga exposeren. Ik ben een stapje verder in mijn verwerkingsproces en voel nu iets meer distantie.”

 

Aanvankelijk was de kunstenaar bevreesd misbruik te maken van de dood van haar moeder voor haar kunst. “Daar heb ik erg mee gezeten. Kan dit wel? Mijn moeder was journalist en schreef over haar ziekte en de emoties die daarbij los kwamen zoals angst voor de dood.” Madelief trekt een krat van een plank met daarin multomappen met uitgeknipte artikelen geschreven door haar moeder. “Mijn moeder had zelf al de eerste stap gezet om haar verhaal openbaar te maken, dat maakte het voor mij makkelijker om door te gaan met mijn installaties. De vraag blijft hoe persoonlijk je een kunstwerk maakt. Creëer je voor jezelf of voor anderen? Ik ontdekte dat als ik veel details geef over mijn eigen ervaring, het beklemmend kan zijn voor de toeschouwer. Sommige mensen weten niet goed wat ze ermee aan moeten. Anderen voelen door de details juist verbinding of worden door één specifiek onderdeel geraakt.”

Omgaan met leegte

In de periode na het overlijden van haar moeder ging het werk van Madelief puur over de omgang met de dood en rouw. Nu vormt haar hoofdthema de sporen, al dan niet zichtbaar, van geleefde levens. “In essentie heeft het wel nog steeds met mijn verdriet te maken, maar vooral ook met het besef dat niets eeuwigdurend is. Opeens ervaar je dat het allemaal een keer ophoudt. Met die leegte moet ik leren omgaan. Ik mis letterlijk de aanwezigheid van mijn moeder, maar ook de vanzelfsprekendheid dat ze altijd onderdeel zou zijn van mijn leven. Ik ben afgestudeerd dat heeft ze niet meegemaakt. Ik werk nu als ontwerper bij een online bloemist waar ik haar niet over kan vertellen.”

Ze wil niet bekend staan als de kunstenaar die alleen maar werk maakt over rouw. “Mijn installaties gaan verder. Ze gaan over vergankelijkheid, eindigheid en over de sporen die je niet meer ziet. Ik probeer dat wel met schoonheid en op een lieflijke manier te tonen, dat raakt meer dan het grootse en meeslepende.” 

Madelief maakt voornamelijk locatie specifiek werk, vanuit een bepaalde ruimte bouwt ze een installatie. Ze doet inspiratie op uit ruimtelijk onderzoek en de geschiedenis van de locatie. “Wat is de functie, welke mensen komen hier? Geschiedenis is een grote passie van mij. Ik vertel graag een kloppend verhaal en gebruik daarbij alle elementen die ik op een locatie aantref. Zoals bij een opdracht in Hindeloopen bijvoorbeeld, een stad met een rijke geschiedenis. De inwoners waren zeevaarders die handel dreven met Scandinavische landen. Ze brachten prachtige stoffen mee terug. De mannen zaten de meeste tijd van het jaar op zee. De stad werd daardoor gerund door vrouwen, wat vrij uniek was in de achttiende eeuw. Ze maakten van die stoffen bijzondere gewaden, de Hindeloopse klederdracht. Ik wilde een verhaal maken over deze vrouwen. Van hun kappen heb ik een soort zee gemaakt, een golfbeweging waarin alles samenkwam.”

Vormen, materiaal en lichtinval

De kunstenaar is sinds kort een nieuw traject aangegaan dankzij de gemeente Haarlem. Ze heeft subsidie gekregen om artistiek onderzoek te doen. “Hiervoor ga ik naar een aantal interessante locaties in Haarlem. Ik onderzoek de geschiedenis van deze ruimtes, laat me beïnvloeden door vormen, materiaal en lichtinval, en kijk hoe ik ze kan gebruiken om een bepaald gevoel over te brengen. Daarna komt vanzelf het verhaal dat aansluit bij de sporen van geleefde levens.”

Tekst: Meta van der Meijden
Fotografie: Christhilde Klein

 

Dit interview is ook gepubliceerd in HRLM nummer 100